Het inspiratieteam - Peter van Lindonk
De kunst van het aardig zijn.23.07.2008 - 12:33
Jarenlang stond het op mijn verlanglijstje om in London een keer de voorstelling ‘Art’ te zien. Sinds de première in 1994 heeft dat stuk van de toneelschrijfster en actrice Yasmina Reza wereldfaam gekregen. Het werd in meer dan twintig talen vertaald en opgevoerd, ook in het Nederlands. Het stuk gaat over een arts die voor een enorm bedrag een volledig wit schilderij heeft gekocht. Twee van zijn beste vrienden lachen hem daar om uit, wat tot een breuk in de vriendschap leidt.
Ik moest naar Londen en vroeg mijn assistentes of ze een poging wilden wagen om een kaartje voor me te bemachtigen. Ik gaf mezelf niet veel kans, het was al voor de week erna, maar niet geschoten is nooit raak. Tien minuten later kwam een van de dames me vertellen dat het gelukt was! Een paar dagen later kreeg ik het kaartje toegestuurd, met een wonderbaarlijk attent handgeschreven brief erbij. “Dear Mr. van Lindonk”, stond erop. “We hope very much you will enjoy our show. All good whishes”, ondertekend met een onleesbare handtekening. Dat is nog eens iets anders dan: “Uw kaartje ligt tot twee dagen voor de voorstelling voor u klaar”.
Op de bewuste avond begaf ik me met mijn kaartje en het briefje naar het Wyndham’s Theatre op Charing Cross Road. Bij de ingang zaten twee meisjes achter een tafeltje, waar men gereserveerde kaartjes kon ophalen. Ik liet een van hen het briefje zien en vroeg of ze me kon vertellen wie dat geschreven had. “O, dat is hij daar”, zei ze en ze wees naar een van de twee mannen in smoking, die even verderop kaartjes stond te scheuren. Ik liep naar de man toe, liet hem mijn briefje zien en vroeg: “Did you write this?”
Zijn reactie was onverwacht. “Peter van Lindonk, I’m so glad you made yourself known to me”, zei de man, waarop hij me bij de arm pakte en me meenam het theater in. Het kaartjes scheuren liet hij voor wat het was. In de gang nam hij bij een collega een programmaboekje van een stapeltje en reikte het mij aan. Daarna troonde hij me mee naar een bar en vroeg: “What’s your drink, Peter?”
Toen kreeg ik argwaan, dus ik vroeg mijn attente gastheer waar ik deze eer aan te danken had. “Nou”, verklaarde hij, “ik sprak met het meisje van je kantoor en ik moet zeggen dat ik in tijden niet zo’n aardige conversatie heb gehad. Vandaar.” Verbluft zat ik even later op een stoel midden in rij drie – zonder twijfel een directiestoel. Achter me hoorde ik iemand met een zeer hete aardappel in de keel zeggen: “Now George, how’s the hunting season?” Ik had het gevoel al in een toneelstuk te zijn beland, nog voordat het doek was opengegaan.
Na een geweldige voorstelling en overigens goede zaken, keerde ik terug in Breukelen. ’s Ochtends op kantoor deed ik verslag van de zakelijke kant van de reis en toen ik daar mee klaar was, zei ik: “En nou nog iets, wie heeft verdomme dat kaartje van die voorstelling voor me geregeld?” De dames schrokken en het duurde even voordat duidelijk was wie de ‘schuldige’ was. “Je wordt bedankt”, zei ik dreigend, om vervolgens het hele verhaal over mijn ontvangst in Wyndham’s Theatre uit de doeken te doen.
En nu komt de crux van dit verhaal. Want mijn assistente kon zich het hele telefoongesprek met mijn Londense ‘vriend’ niet meer herinneren. Ze had geen bijzonder slijmverhaal opgehangen om mij tegen elke prijs in die voorstelling te krijgen. Ze is gewoon altijd zo aardig.
Children of all ages23.07.2008 - 12:32 in Creatief denken . Internationaal
Naast mijn werk als organisator van PINC, was ik tot voor zeer kort uitgever van Boeken in Opdracht. Meer dan veertig jaar heb ik dat beroep met zeer veel plezier uitgeoefend. Nu die activiteiten zijn overgenomen door Elise de Bres (Van Lindonk & de Bres) heb ik wat meer tijd en aandacht voor PINC en alles wat daarmee samenhangt. Wij bedenken creatieve bijeenkomsten en reizen voor bedrijven en organisaties en wij hebben daar onze handen vol aan.
Op 20 mei a.s. onze eigen PINC.9, maar daarvoor nog op 16 april een PINC voor kinderen. Die organiseren wij voor het NIVRA, het Koninklijk Nederlands Instituut van Registeraccountants. Zij verhuizen op die datum naar een nieuw pand. H.M. de Koningin heeft het voornemen een deel van het programma bij te wonen, dus dat wordt weer een nieuw avontuur. Ik kom hier zeker nog wel op terug. Maar kinderen zijn wel het onderwerp van deze column.

Vijftien jaar lang mocht ik elk jaar in december drie weken lang in het Koninklijk Theater Carré in Amsterdam optreden als spreekstalmeester. Monsieur Loyal, zoals de Fransen dat zo mooi zeggen. Mijn openingszin luidde elke voorstelling, niet verwonderlijk, want zo begint elke spreekstalmeester: Hooggeëerd Publiek. Daar achteraan zei ik altijd: Kinderen van alle leeftijden. Ik wilde daarmee aangeven, dat je om van circus te genieten iets van het kind in je moet hebben. Je moet niet kinderlijk zijn, zeker niet kinderachtig, maar wel de kunst verstaan om je als een kind te laten betoveren door de saltimbanques van het circus.
Kinderen en kunstenaars (daarover later een keer) zijn voor mij de twee groepen die bovenaan staan, wanneer het om oer-creativiteit gaat. Ik bedoel daarmee: de kunst vanuit een nulpunt, een werkelijk niets, iets te scheppen. Onbevangen, niet geremd door wat ook, het creëren van iets NIEUWS. Ik ben daar altijd weer jaloers op, ik heb dat niet. Ik kan heel creatief zijn, maar bij mij gaat het dan om een vorm van tweetraps-creativiteit. Iets vinden, iets zien (wat anderen soms niet zien), iets horen of voelen, in een pannetje roeren en zo een nieuw recept laten ontstaan. Ook mooi, niets mis mee, zeer bevredigend ook, maar die echte Oer-creativiteit, nee, dat is het niet.
Waarom kinderen en kunstenaars het dan wel hebben? Omdat ze anders zijn, niet beter, niet hoger, maar anders. Vooral bij kinderen maken volwassenen vaak de denkfout, dat ze kinderen zien als verkleinde uitvoeringen van grote mensen. Dat is een misverstand. Toon Hermans heeft dat zo mooi gezegd:
Een kind, een kind is zoveel meer,
dan een aanstaande dame of een aanstaande heer.
Wie niet in het kind een wonder ziet,
die snapt het hele liedje niet.
Zo is het maar net. Laten we met zijn allen maar hopen, dat wij iets van het kind in onszelf weten te bewaren. Dan loopt het met die creativiteit ook wat makkelijker en blijven wij allemaal een beetje een WONDER.
Manager van de eeuw23.07.2008 - 12:31
Het is natuurlijk leuker om in je column te vertellen hoe succesvol je elk jaar weer al dan niet wereldberoemde sprekers voor PINC te boeken, maar ja, wanneer je eerlijk wilt blijven moeten de minder geslaagde pogingen ook een keer op papier.
Alweer een aantal jaren geleden werd de befaamde ‘baas’ van General Electric, Jack Welch verkozen tot manager van de (20ste) Eeuw. Hij had ook net een boek gepubliceerd en het leek mij de moeite waard een poging te wagen om hem te strikken. Jack zou keynote speaker zijn op een congres van het weekblad Business Week in San Francisco en ik besloot te investeren in een kort tripje naar dit congres. Zelfs wanneer je niet in het duurste hotel gaat slapen en een economy-ticket koopt, blijft het een kostbare move, maar, wie niet waagt, wie niet wint. Je moet je dan wel goed voorbereiden en dat deed ik.

Ik wist dat Monique Knapen, directeur van het John Adams Institute in Amsterdam, de man ook dolgraag zou willen uitnodigen als spreker. En de uitgever van Jack’s boek, Het Spectrum, was ook geïnteresseerd en bereid eventueel het plan te ondersteunen. Beide partijen gaven mij een brief met documentatie mee en dat, samen met mijn overtuigingskracht en een PINC-map met informatie, zou het moeten doen.
Welch betrad het podium, en voordat hij een woord kon zeggen moest hij een minutenlange ovatie in ontvangst nemen. Daarna zijn indrukwekkende verhaal en daarna lunch. Hoe zou ik een moment kunnen vinden om hem aan te schieten? Het antwoord is simpel: altijd een vrouw vragen die de procedure kent, in dit geval een hostess van de Business Week-organisatie. Zij vertelde dat er maar één moment voor mij zou zijn en dat was aan het eind van de lunch. ‘Normaliter willen dergelijks VIP’s nog wel eens wegspurten, maar dat kan niet; na de lunch is er photo shoot.
Welch zat aan Tafel 1, de eretafel, en ik aan tafel 42. Voorgerecht, hoofdgerecht, niks aan de hand, maar toen het dessert op zijn eind liep schuifelde ik richting Tafel 1. De goede man werd natuurlijk door zijn tafelgezelschap continue besprongen, die kans liet niemand zich ontgaan. Ik slenterde een keer of tien richting de toiletten en terug, en toen... Opeens was er een slotseconde, waarin hij heel even zonder aandacht van derden was. Ik schoot op hem af, hij stond op, ik stelde mij voor en vroeg: ‘Mr. Welch, did you ever go for a mission, where you had less than 1% chance for success?’. ‘Hundred times’, antwoordde hij en hij keek mij indringend aan. Ik vroeg om twee minuten tijd, die kreeg ik en ik nodigde hem uit voor PINC, John Adams en Het Spectrum. Ik gaf hem al het materiaal, bedankte hem en vertrok.
Terug in Nederland wachtte ik lang op een reactie, maar... nooit meer wat gehoord. Ja, zo gaat het soms ook. En het leerde mij altijd weer ergens voor te gaan, altijd weer optimistisch te zijn, maar ook... niet te vergeten dat de werkelijkheid soms ver weg blijft van de Droom.
And the winner is...23.07.2008 - 12:31 in Bedrijf . Internationaal
Er is het laatste decennium uit Amerika een vreemde ziekte overgewaaid, en die ziekte heet ‘ranking’. In de Amerikaanse competitie-maatschappij was men er al lang aan gewend om alles en iedereen te vangen in lijstjes met wie de beste is. De beste universiteit, het beste ziekenhuis, de beste luchthaven, you name it.
Op zichzelf is hier niks tegen, integendeel, het dwingt mensen en organisaties hun uiterste best te doen; iedereen wil toch boven in de lijst, of – nog belangrijker – niemand wil onderaan. Je kan de zaak alleen niet omdraaien: wanneer mijn knie geopereerd wordt in het “beste” ziekenhuis, betekent dat niet dat die ene specifieke operatie goed gaat lukken, dat kan best eens precies andersom uitpakken. En om die reden heb ik het niet zo op die lijsten.
Vanwaar deze lange inleiding? Uit hoofde van ons vak bezoeken wij nogal wat congressen en bijeenkomsten in binnen- en buitenland en in de meeste gevallen ontvang je daar na afloop een enquêteformulier, waarin je per spreker, onderdeel, dagvoorzitter, enz. door middel van een rapportcijfer kunt aangeven hoe goed je hem vindt. Ik vul dat formulier uit principe nooit in, want ik ben op een inspirerend congres niet geïnteresseerd of spreker A beter was dan B. Nee, ik beoordeel het geheel en wil voor mezelf weten of de dag in zijn totaliteit mij iets heeft opgeleverd.
Bij onze eigen PINC Conference vragen bezoekers mij ook altijd wie ik het beste vond. Ik heb daarop twee standaard antwoorden: 1. Je vraagt toch ook niet aan een vader van welk kind hij het meeste houdt, en 2. PINC is een bloemen-bouquet, daarbij gaat het om het totaal of het ene bloemetje nou mooier is dan het ander vind ik niet relevant. Kortom: ik weiger om te ranken. Aardig is ook elk jaar, dat wat de ene bezoeker een hoogtepunt vindt voor een ander niet zo hoeft. En daar houd ik van. Toon Hermans leerde mij al lang geleden: “er zijn alleen bergen, wanneer er ook dalen zijn”.
Nu kan je redeneren wat je wilt, maar iedereen, en ik dus ook, is gelukkig niet altijd consequent, en dus hanteer ik voor intern gebruik toch ook wel weer cijferaanduidingen. Zo kreeg ik ooit van reclameman Gregor Frenkel Frank de tip om voor PINC de Parijse bakker Lionel Poilâne uit te nodigen.
Ik naar zijn eeuwenoude bakkerij in de Rue du Cherche-Midi, een van de leukste straatjes van Parijs (Marlies Dekkers heeft er nu ook een winkel, ontwerpersgroep Metal Pointus verkoopt er zijn exclusieve sieraden, Adriaan van Dis woonde er een tijd). Lionel ontving mij meer dan hartelijk, vertelde honderduit over zijn unieke bakkerij (Robert de Niro betaalde hem 100.000 dollar als vooruitbetaling op dagelijkse broodbezorging in New York!!!) over zijn opleiding aan jonge bakkersgezellen, over zijn unieke opvattingen over brood... ik danste door de gewelven van dat heerlijke pand.
Natuurlijk kwam hij. Het aangeboden business class-ticket was niet nodig. “Betaal de benzine maar”. Wat ik toen nog niet wist, was dat hij met eigen helikopter kwam. Dat was dolle pret, we regelden dat hij op Soesterberg kon landen, iedereen blij en tevreden. En ik? Ik kwam terug en zei: “een negen”.
Lionel kwam, vertelde zijn verhaal, helaas niet in zijn witte voorschoot maar in een keurig Frans kostuum, betoverde de zaal, maar hij kwam die dag toch niet tot een acht. Je weet dan nooit waarom: de grote zaal? Buitenland? Een toevallige verkeerde reactie? Na afloop van PINC beleefden wij een paar weken later met de hele crew een weekendje Parijs en daar gingen wij met zijn tienen op bezoek bij Lionel. En wat gebeurde? Opnieuw steeg Lionel met zijn bevlogen verhalen en rondleiding tot bijna een tien. Zo zie je maar hoe gevaarlijk dat ranken is.
Weer twee jaar later werden wij bij opgeschrikt door het intrieste bericht, dat Lionel, samen met zijn vrouw, met zijn helikopter bij zeer zwaar weer in de Noordzee neergestort was en was verdronken. Wij treurden, hoopten maar dat het bedrijf zou worden voortgezet, wat inderdaad gebeurde. Zijn nog zeer jonge dochter (onder de twintig op dat moment en student in Harvard) besloot haar studie en de leiding van het bedrijf te combineren en Poilâne-brood is dus nog steeds te koop.
En ik beloofde mijzelf, om nog minder dan daarvoor al te ranken. Alle parels zijn even mooi, ook al zijn ze niet allemaal even groot.
Tafelpoot23.07.2008 - 12:31 in Creatief denken . Internationaal
Dat ik Flanders DC een warm hart toedraag is jullie misschien niet bekend, maar door onze ‘tafelpoot’ worden we er elke dag aan herinnerd. Dat boek zit er al jaren, maar mijn connectie met Flanders DC in Leuven bestaat pas een jaar (en is mij zeer dierbaar).
Oktober 2006: in theater De Kleine Komedie in Amsterdam wordt een klein feestje gevierd ter gelegenheid van het dertig jarig bestaan van Uitgeverij De Erven Thomas Rap. Thomas zelf kan dit helaas niet meer meemaken, hij stierf zes jaar daarvoor. We waren goed bevriend, wij hielpen elkaar, en – hoewel zeer verschillend – hadden zeer veel respect voor elkaar.
Goed, op die gedenkwaardige zaterdagmiddag traden onder ‘spreekstalmeesteres’ Marga van Deutekom (redactrice bij de uitgeverij) een aantal auteurs uit het fonds op. Ze lazen voor, vertelden een verhaal, of wat ook. Vanzelfsprekend daarbij Youp van ’t Hek, vriend en ster-auteur van Thomas, maar ook... A.L. Snijders. Ik kende de schrijver niet, ondanks het feit, dat hij in de negentiger jaren vier bundels bij de uitgeverij uitgaf. Hij las een drietal verhalen voor, die bij mij zonder enige voordeur of ander beletsel, rechtstreeks naar mijn hart gingen. Mijn hemel, wat ongekend mooi en wat ongekend mooi en intrigerend voorgelezen. Na afloop schoot ik hem aan en zei: ‘Wij kennen elkaar niet en ik weet niet wat u op 22 mei 2007 doet, maar ik heb zo’n idee, dat u op PINC.8 komt voorlezen’.
Korte uitleg wat PINC is en een afspraak gemaakt bij hem thuis een aantal weken later. Niet in de buurt – alhoewel alles in Nederland direct in de buurt is – namelijk in Lochem. Of beter buiten Lochem, want hij woont in een absolute eenzaamheid in een zeer, zeer oude boerderij in de bossen. Hij kan vanuit huis uren lopen zonder een huis tegen te komen.

Op de vrijdag voorafgaand aan mijn bezoek op donderdag rolt NRC Handelsblad in onze bus, met op die dag de wekelijkse Boekenbijlage. Die staat onder leiding van Pieter Steins en die schreef op de voorpagina van het katern een 5-koloms artikel over het boek van Snijders, met daarin het volgende citaat: ‘...Mea Culpa: de ZKV’s (red.: Zeer Korte Verhalen) van Snijders lagen al twee maanden op mijn stapel nog-te-lezen-boeken, en telkens legden ze het af tegen de actualiteit – van de nieuwe Möring tot de nieuwe Van Dis. Begrijpelijk misschien, maar jammer, want ‘Belangrijk is dat ik niet aan lezers denk’ hoort bij de intrigerendste en best geschreven boeken van 2006’.
Ik naar Lochem, Peter Müller (zijn echte naam) en zijn vrouw Yvonne verwelkomen mij als oude vrienden, wij praten, wij lachen. Yvonne bereidt een heerlijke lunch, ik hoor waarom zij hier wonen (jarenlang leraar Nederlands aan de in Lochem gevestigde Politie-Academie) en ik ga naar huis met de toezegging dat hij komt. En dat gebeurde: hij kwam, hij zag en hij overwon de harten van 500 opgewonden PINC-bezoekers. Wat een parel aan het inspirerende PINC-collier...
Volgende keer over een Parel uit Parijs (Rue du Cherche-Midi).
Peter van Lindonk
Wil je meer weten over de komende PINC Conference? Ga dan naar www.pinc.nl. Inschrijven kan natuurlijk ook, nu nog voor het early-bird tarief van € 850,- (tot 1 januari 2008).