De kunst van het aardig zijn.
27.05.2008 - 13:21
Jarenlang stond het op mijn verlanglijstje om in London een keer de voorstelling ‘Art’ te zien. Sinds de première in 1994 heeft dat stuk van de toneelschrijfster en actrice Yasmina Reza wereldfaam gekregen. Het werd in meer dan twintig talen vertaald en opgevoerd, ook in het Nederlands. Het stuk gaat over een arts die voor een enorm bedrag een volledig wit schilderij heeft gekocht. Twee van zijn beste vrienden lachen hem daar om uit, wat tot een breuk in de vriendschap leidt.
Ik moest naar Londen en vroeg mijn assistentes of ze een poging wilden wagen om een kaartje voor me te bemachtigen. Ik gaf mezelf niet veel kans, het was al voor de week erna, maar niet geschoten is nooit raak. Tien minuten later kwam een van de dames me vertellen dat het gelukt was! Een paar dagen later kreeg ik het kaartje toegestuurd, met een wonderbaarlijk attent handgeschreven brief erbij. “Dear Mr. van Lindonk”, stond erop. “We hope very much you will enjoy our show. All good whishes”, ondertekend met een onleesbare handtekening. Dat is nog eens iets anders dan: “Uw kaartje ligt tot twee dagen voor de voorstelling voor u klaar”.
Op de bewuste avond begaf ik me met mijn kaartje en het briefje naar het Wyndham’s Theatre op Charing Cross Road. Bij de ingang zaten twee meisjes achter een tafeltje, waar men gereserveerde kaartjes kon ophalen. Ik liet een van hen het briefje zien en vroeg of ze me kon vertellen wie dat geschreven had. “O, dat is hij daar”, zei ze en ze wees naar een van de twee mannen in smoking, die even verderop kaartjes stond te scheuren. Ik liep naar de man toe, liet hem mijn briefje zien en vroeg: “Did you write this?”
Zijn reactie was onverwacht. “Peter van Lindonk, I’m so glad you made yourself known to me”, zei de man, waarop hij me bij de arm pakte en me meenam het theater in. Het kaartjes scheuren liet hij voor wat het was. In de gang nam hij bij een collega een programmaboekje van een stapeltje en reikte het mij aan. Daarna troonde hij me mee naar een bar en vroeg: “What’s your drink, Peter?”
Toen kreeg ik argwaan, dus ik vroeg mijn attente gastheer waar ik deze eer aan te danken had. “Nou”, verklaarde hij, “ik sprak met het meisje van je kantoor en ik moet zeggen dat ik in tijden niet zo’n aardige conversatie heb gehad. Vandaar.” Verbluft zat ik even later op een stoel midden in rij drie – zonder twijfel een directiestoel. Achter me hoorde ik iemand met een zeer hete aardappel in de keel zeggen: “Now George, how’s the hunting season?” Ik had het gevoel al in een toneelstuk te zijn beland, nog voordat het doek was opengegaan.
Na een geweldige voorstelling en overigens goede zaken, keerde ik terug in Breukelen. ’s Ochtends op kantoor deed ik verslag van de zakelijke kant van de reis en toen ik daar mee klaar was, zei ik: “En nou nog iets, wie heeft verdomme dat kaartje van die voorstelling voor me geregeld?” De dames schrokken en het duurde even voordat duidelijk was wie de ‘schuldige’ was. “Je wordt bedankt”, zei ik dreigend, om vervolgens het hele verhaal over mijn ontvangst in Wyndham’s Theatre uit de doeken te doen.
En nu komt de crux van dit verhaal. Want mijn assistente kon zich het hele telefoongesprek met mijn Londense ‘vriend’ niet meer herinneren. Ze had geen bijzonder slijmverhaal opgehangen om mij tegen elke prijs in die voorstelling te krijgen. Ze is gewoon altijd zo aardig.